Over vrouwen in topposities, ongewenst gedrag en discriminatie op het werk

Discriminatie is een groot en lastig woord dat in Nederland sterke reacties oproept. Mensen voelen zich al snel zwaar beschuldigd als iemand zegt of vindt dat zij discrimineren, onderscheid maken of uitsluiten. Discriminatie schuurt met ons Nederlandse zelfbeeld waarin iedereen gelijk moet zijn en waarin wij van onszelf vinden dat we zo tolerant zijn. Nu is dat idee van Nederlanders als tolerant al langer betwist* en steeds minder vol te houden getuige bijvoorbeeld veel reacties op de komst van grote groepen vluchtelingen op dit moment, maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Wat ik hier wil bespreken is hoe meer en minder subtiele vormen van ongewenst gedrag op de werkvloer zijn te betitelen als discriminatie en vaak leiden tot uitsluiting van groepen die traditioneel niet tot de meerderheid behoren. Dat zijn heel veel groepen. Ik neem vrouwen in topposities als voorbeeld. De doorstroom van vrouwen naar de top lukt maar matig ondanks vele inspanningen en goede voornemens. Maar 16% van de hoogleraren in Nederland is vrouw, bij beursgenoteerde ondernemingen is 6% van de bestuurders vrouw en het aandeel vrouwen in de raden van commissarissen voldoet met 19,5% nog steeds niet aan het streefgetal van 30%**. De doorstroom van vrouwen naar de top is een weerbarstig thema en als er een gemakkelijke oplossing was, dan was die allang gevonden en waarschijnlijk ook uitgevoerd. Hier vraag ik aandacht voor een van de elementen die daarbij mijns inziens een rol spelen: de effecten van allerlei vormen van ongewenst gedrag waarbij vrouwen worden genegeerd, gekleineerd, geschoffeerd. Ik kwam dit tegen bij een onderzoek dat ik recent uitvoerde naar doorstroom van vrouwen. Slechts een kwart van de vrouwen die ik interviewde zei nooit met dergelijk ongewenst gedrag in aanmerking te zijn gekomen en dat waren vooral vrouwen die in een omgeving met veel vrouwen werkten. Op de website van Athena’s Angels (athenasangels.nl), van vier vrouwelijke hoogleraren die zich onder deze naam hebben verenigd, staan inmiddels heel veel voorbeelden van dergelijk gedrag te lezen. Eén losse opmerking, of één keer een incident is voor niemand een probleem. Maar al die grotere en kleinere opmerkingen samen zorgen voor een klimaat waarin vrouwen op een heel aantal plaatsen en momenten niet als een serieuze collega behandeld worden. Het is zeer waarschijnlijk dat dit ongewenste, soms kleinerende gedrag ook niet goed is voor het zelfvertrouwen, dat onontbeerlijk is voor de doorstroom van vrouwen naar topposities in de wetenschap of elders.

De omgeving en ook betrokkenen zelf zijn zich vaak maar weinig bewust van het -cumulatieve – effect van deze subtielere vormen van discriminatie en uitsluiting. En ook hebben veel mensen moeite om te erkennen dat dit type gedrag discriminatie is, namelijk het maken van onderscheid op onjuiste gronden***. Het was niet zo bedoeld, het was maar een onschuldige opmerking… Ik denk dat het niet helpt om het woord discriminatie te vermijden, maar dat we juist omdat de effecten groot zijn dit woord, ook al schuurt het, moeten gebruiken. Anders blijven de mechanismes en het effect van discriminatie moeilijk bespreekbaar. Ik denk dat we er bij zullen winnen als we de meer subtiele, maar o zo systematische vormen van discriminatie erkennen en bespreekbaar maken. En ik denk dat dit nodig is om de uitsluiting van vrouwen en andere groepen te bestrijden.

 

* Bijvoorbeeld al in 1984 door Philomena Essed die toen haar boek Alledaags Racisme publiceerde.

** http://www.nwo.nl/documents/nwo/beleid/honoreringskansen-voor-mannen-en-vrouwen-in-nwo-competities-eindrapport en http://www.mluckerath.nl/bericht/female_board_index_2014/168).

*** voor een definitie en uitleg van het begrip discriminatie zie: http://www.art1middennederland.nl/over-discriminatie/wat-is-discriminatie/

 

7 oktober 2015