Samenwerking tussen Brazilië en Nederland in het Hoger Onderwijs?

(monument voor de Braziliaanse pedagoog Paulo Freire voor het Ministerie van Onderwijs in de hoofdstad Brasília)

 

Alweer een AWTI rapport dat mij zeer interesseert: in augustus 2015 verscheen Collaborate to Innovate. Knowledge and Innovation Cooperation Between Brazil and The Netherlands. Dit rapport beschrijft het Braziliaanse Kennis en Innovatiesysteem en onderzoekt mogelijkheden voor samenwerking tussen Nederland en Brazilië op het gebied van onderzoek, technologie en innovatie. Het formuleert aanbevelingen aan bedrijven, universiteiten en Nederlandse overheid om die samenwerking verder te verbeteren. De invalshoek daarbij is die van de triple helix, de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschap.

In november 2012 mocht ik van mijn toenmalige werkgever De Haagse Hogeschool mee met een Hoger Onderwijs delegatie die vanuit Nederland Brazilië bezocht. En dat had weer alles te maken met het feit dat ik een band van inmiddels bijna veertig jaar met dat land heb, waar ik een aantal jaren heb gewoond en mijn promotieonderzoek heb gedaan. De delegatie was omvangrijk, met veel bestuurders van universiteiten, hogescholen en branche- en onderzoeksorganisaties. De Nederlandse delegatie stond als het ware in de rij. Veel buitenlandse delegaties kwamen Brazilië bezoeken, onder andere vanwege het innovatieve hoger onderwijsbeleid van de toen nog populaire president Dilma Roussef. Bijvoorbeeld via het succesvolle Ciência sem Fronteiras beurzenprogramma zoekt Brazilië internationale samenwerking: vanaf 2011 kregen over een periode van drie jaar 75.000 Braziliaanse studenten een beurs van de overheid om in het buitenland te studeren vooral in technische en bèta vakken, en nog eens 26.000 een privaat gefinancierde beurs. Voor 2015 is een verlenging van het programma aangekondigd met nog eens 100.000 beurzen. In 2015 kregen 394 studenten een beurs voor Nederland.

Het rapport van de AWTI constateert dat het moeilijk is om eenduidige prioriteiten in de samenwerking vast te stellen, dat het belangrijk is te investeren in langdurige relaties en dat enig verwachtingenmanagement nodig is om niet te snel resultaten van de samenwerking te verwachten. Dat is niet verwonderlijk gezien de grote verschillen tussen Brazilië en Nederland. We hebben het toch over een reus en klein duimpje. Brazilië heeft ruim 20 keer zo veel inwoners als Nederland en is in oppervlakte 200 keer Nederland. Het aantal universitair opgeleiden in Brazilië stijgt, maar is nog steeds laag: in 2012 had 13% van de 25-64 jarigen in Brazilië een tertiaire opleiding. In Nederland is dat 33% *. Toch zijn die 13% van Brazilië nog steeds meer mensen met een opleiding in het Hoger Onderwijs dan de 33% van de Nederlandse bevolking**.

Nederland past bescheidenheid in de samenwerking met Brazilië. Nederland heeft, zoals gezegd, te maken met geduchte concurrentie van heel veel landen die met Brazilië willen samenwerken en dat soms al veel langer en uitgebreider doen. En in Nederland kan je niet eens Portugees studeren, na het recente sluiten van deze studierichting in Utrecht. Toch zou het heel mooi zijn als de samenwerking met Brazilië in het Hoger Onderwijs zich verder ontwikkelt. Dat is in het belang van Nederland, misschien wel meer dan van Brazilië, maar vraagt een meer consistente en langdurige interesse van Nederland.

 

* OECD: Education at a Glance 2014.

** Namelijk ongeveer 26 miljoen hoger opgeleiden in Brazilië versus 5,6 miljoen in Nederland.

 

21 oktober 2105