Differentiatie en honours in het Hoger Onderwijs

Differentiëren, het maken van verschil, is in het hoger onderwijs sinds jaar en dag een ingewikkeld onderwerp. Hoe ga je verstandig om met mensen met achterstanden, en ook, met mensen die meer of sneller kunnen. Deze laatste groep stond centraal op de Dag van de Excellentie gehouden bij de Hanzehogeschool in Groningen op 22 januari jl.. Daar werd vooral het zogenaamde honours onderwijs besproken.

Dat honours onderwijs voor talentvolle studenten heeft een grote vlucht genomen in het Hoger Onderwijs in Nederland. Vooral door de stimulans die uitging van het in 2008 gestarte Sirius programma, waarmee de overheid initiatieven op het gebied van honours onderwijs in het hoger onderwijs steunde*. Bijna alle universiteiten, en negen hogescholen deden mee. De invulling van het honours onderwijs varieerde nogal. Talentvolle studenten volgen soms hun bachelor opleiding in een college, waar de hele opleiding in het teken van extra uitdaging en hard werken staat; anderen doen extra programma’s of cursussen binnen of naast hun reguliere opleiding. Het eerste University College, het University College Utrecht, startte in 1997. Inmiddels hebben bijna alle universiteiten een eigen University College en heeft ook bijvoorbeeld hogeschool Windesheim een honours college waaraan een groep internationale getalenteerde studenten honours onderwijs volgt. De verschillende instellingen hebben allemaal hun eigen visie op excellentie, waarbij de toegankelijkheid van de programma’s een van de aandachtspunten is.

De universiteiten en hogescholen die aan honours/excellentie onderwijs doen hebben met elkaar een cultuurverandering teweeg gebracht, zo werd ook op de Dag van de Excellentie geconstateerd. Er zijn plekken gecreëerd waar ambitieuze studenten terecht kunnen, waar presteren mag en gestimuleerd wordt en waar hard gewerkt wordt. Dat is in het egalitaire Nederland een hele verworvenheid. Niet iedereen is blij met de nog altijd aanwezige zesjes cultuur en voor deze studenten komen er steeds meer voorzieningen. De minister van OC&W zegt in haar strategische agenda voor het Hoger Onderwijs** de talentprogramma’s, waaronder honoursprogramma’s, een krachtig vervolg te willen geven, o.a. via doorlopende financiering. Zonder financiële drempels en met aandacht voor hoe het hele hoger onderwijs van deze kwaliteitsimpuls kan profiteren. Dat laatste lijkt me een groot goed. Excellente studenten verdienen aandacht en uitdaging. Maar hen al te zeer apart zetten beperkt de gewenste effecten van deze vorm van differentiatie op het hoger onderwijs als geheel.

31 januari 2016

 

* zie www. siriusprogramma.nl

** Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (2015) De waarde(n) van weten. Strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek 2015-2025. Juli 2015, den Haag: 45