Beroepsgericht Hoger Onderwijs in Europa

In Nederland kennen we een zogenaamd binair systeem voor Hoger Onderwijs, met een strikt onderscheid tussen universiteiten en hogescholen. De meeste studenten volgen een beroepsgerichte opleiding aan een hogeschool. In 2014/15 zijn dat 446.492 studenten aan hogescholen, bijna twee keer zoveel als de 253.482 studenten aan universiteiten.* De hogescholen maken pas sinds 1986 deel uit van het Hoger Onderwijs in Nederland.** De discussie over de (on)wenselijkheid van een binair systeem laait regelmatig op. Als input voor die discussie is een blik over de grenzen altijd een goed idee.

Europa kent een grote variëteit aan beroepsgericht hoger onderwijs, Professional Higher Education. In 2014 verscheen een interessante studie naar de kenmerken, verschillen en overeenkomsten van dat beroepsgerichte hoger onderwijs in veertien landen in Europa.*** Al deze landen hebben een wettelijke basis voor een of andere vorm van beroepsgericht hoger onderwijs, ofwel in de vorm van aparte programma’s, bijvoorbeeld in Kroatië en Polen, ofwel in aparte instituties, zoals de hogescholen in Nederland, maar bijvoorbeeld ook college higher education in Litouwen of polytechnics in Finland. Alleen in het tweede geval is er dus sprake van een binair systeem, maar dat betekent niet dat er in de andere landen geen beroepsgericht hoger onderwijs is.

Voor dit beroepsgerichte hoger onderwijs gelden evenals voor de universiteiten, Academic Higher Education, de vier doelen van Hoger Onderwijs, zoals die zijn gedefinieerd door de Raad van Europa: 1) voorbereiding op duurzame werkgelegenheid, 2) persoonlijke ontwikkeling, 3) de voorbereiding van studenten op actief burgerschap en 4) het scheppen van een brede en gevorderde kennisbasis en het stimuleren van onderzoek en innovatie.

De genoemde studie komt op basis van gesprekken door heel Europa tot de volgende omschrijving van beroepsgericht hoger onderwijs. Its function is to diversify learning opportunities, enhance the employability of graduates, offer qualifications and stimulate innovation for the benefit of learners and society. The world of work includes all enterprises, civil society organisations and the public sector. The intensity of integration with the world of work is manifested by a strong focus on the application of learning achievements. This approach involves combining phases of work and study, a concern of employability, cooperation with employers, the use of practice relevant knowledge and use-inspired research.

Overal in Europa zijn grote veranderingen in het Hoger Onderwijs gaande, vooral door de enorme groei in de studentenaantallen. Voor Nederland is het bijzonder dat die groei voor een groot deel door de hogescholen is geabsorbeerd. Wat de vergelijking met andere Europese landen leert is dat een professionele oriëntatie in het hoger onderwijs overal aanwezig en relevant is, maar dat die niet perse aan een binair stelsel gekoppeld hoeft te zijn.

 

* Vereniging Hogescholen Feiten en Cijfers. Studentenaantallen HBO 2014. 8 februari 2015, Den Haag; en http://www.vsnu.nl/nieuws/nieuwsbericht/187-recordaantal-studenten-aan-universiteiten.html

** Ad van Bemmel Hogescholen in Historisch Perspectief. Vereniging Hogescholen, mei 2014, den Haag

*** EURASHE Professional Higher Education in Europe. Characteristics, Practice Examples and National Differences. EURASHE/HAPHE. October 2014, Malta. Vooral blz. 7, 8, en 24. Deze studie gaat over de volgende landen: België (Vlaanderen), Denemarken, Estland, Finland, Frankrijk, Ierland, Kroatië, Litouwen, Malta, Nederland, Polen, Portugal, Slovenië en Tsjechië.