Het onderwijs internationaliseren

De Onderwijsraad bracht eind mei 2016 een rapport uit onder de titel Internationaliseren met Ambitie*. De raad betoogt dat internationalisering een integraal onderdeel van het onderwijs moet zijn. Niet alleen omdat mensen steeds meer in aanraking komen met andere talen en mensen met andere achtergronden, steeds meer reizen voor werk of privé, en het goed is om iets over (het gewenste gedrag in) deze bestemmingen te weten, maar ook omdat wat in je eigen stad, dorp of land gebeurt niet te begrijpen is zonder kennis van de wijdere wereld. De Onderwijsraad wil dat alle jongeren ‘internationaal competent’ worden, in oriëntatie, kennis, communiceren, reflecteren en samenwerken.

Andreas Schleicher, van de OESO, definieerde eind mei in een interview** global competence als “de capaciteit om globale en interculturele onderwerpen kritisch en vanuit verschillende perspectieven te analyseren, en te begrijpen hoe verschillen invloed hebben op percepties, beoordelingen en ideeën over jezelf en anderen, en om open, passende en effectieve interacties aan te gaan met andere mensen met verschillende achtergronden op basis van een gedeeld respect voor menselijke waardigheid”. Hij vindt deze vaardigheden en dit culturele bewustzijn zo belangrijk dat hij voorstelt een meting van deze global competence in een volgende ronde van PISA onderzoeken in 2018 mee te nemen. PISA staat voor Programme for International Student Assessment, en is een serie toetsen die inmiddels ruim 70 landen van over de hele wereld afnemen bij 15 jarigen om te zien hoe hun onderwijs ervoor staat.

Vooraanstaande spelers in het onderwijs erkennen en benadrukken dus recentelijk het belang van internationaliseren in het onderwijs. Onderwijsraad en OESO/PISA hebben het vooral over kinderen: 15 jarigen bij PISA en het advies van de Onderwijsraad richt zich op basis onderwijs, voorgezet onderwijs en MBO. Maar ook voor het hoger onderwijs is het belang van internationaliseren in de afgelopen jaren benadrukt. De Vereniging Hogescholen (VH) en de Vereniging Samenwerkende Universiteiten (VSNU) benoemden in een gezamenlijke publicatie in 2014*** een viertal ambities in relatie tot internationalisering, waaronder ook weer het uitrusten van Nederlandse studenten met de relevante, breed inzetbare, kennis en internationale vaardigheden die zij nodig hebben voor hun beroepsuitoefening in Nederland of daarbuiten; maar ook bijvoorbeeld het versterken van de bijdrage van internationale studenten en staf aan de Nederlandse kenniseconomie. De minister van Onderwijs en Wetenschappen neemt deze visie van VH en VSNU in haar internationaliseringsbrief van juni 2014 grotendeels over. Zij stelt dat internationalisering voor uitdagend onderwijs zorgt en kan bijdragen aan slimmere, creatievere en ondernemendere studenten.

Deze grote overeenstemming over nut en noodzaak van internationalisering roept natuurlijk de vraag op naar hoe het onderwijs deze internationale en globale competenties aan kinderen en jong volwassenen over kan brengen. Wat is daarvoor nodig? In het Hoger Onderwijs, waarmee ik vooral bekend ben, is daar al heel wat ervaring mee opgedaan. Internationalisering is op veel plaatsen big business geworden, waaraan in zijn huidige vorm vooral sinds de tweede helft van de twintigste eeuw wordt gewerkt****. Dat gebeurt via bijvoorbeeld mobiliteit van studenten (een half jaar in het buitenland studeren) en staf, internationale campussen van (grote) universiteiten, zgn. joint of double degree programma’s (een programma dat deels in verschillende landen te volgen is en/of leidt tot twee diploma’s of certificaten) en internationale partnerschappen tussen universiteiten of opleidingen.

MBO, voortgezet en primair onderwijs zullen deels om andere aanpakken vragen en de Onderwijsraad doet daar in haar rapport ook suggesties voor gegroepeerd in drie hoofdaanbevelingen: 1) bed internationalisering structureel in het bestaande onderwijs in; 2) vergroot het bereik van internationalisering door inzet in alle sectoren en schoolsoorten en het stimuleren van verdieping; en 3) breng randvoorwaarden voor internationalisering op orde. Laten we hopen dat deze aanbevelingen serieus worden opgepakt in het hele land en in het hele onderwijs, opdat de komende generaties zich met een open en brede blik in de huidige en toekomstige, complexe en verbonden wereld kunnen bewegen én thuis kunnen voelen.

Afbeelding komt uit Internationaliseren met Ambitie van de Onderwijsraad (2016: 14)

* https://www.onderwijsraad.nl/publicaties/2016/internationaliseren-met-ambitie/volledig/item7414

** Andreas Schleicher, May 25, 2016, http://www.bbc.com/news/business-36343602

*** Vereniging Hogescholen & VSNU (2014) Gezamenlijke Visie Internationaal. Den Haag: 4

**** Zie ook Philip G. Altbach (2016) Global Perspectives on Higher Education. Baltimore, Maryland, John Hopkins University Press.